Een “naar” verhaal over een schilderij voorstellende Keizerin Theodora
Een brief van François van Hoogstraten (1891-1979), burgemeester van Hengelo (Gld), blijkt een belangrijke sleutel te zijn in de vraag of een schilderij voorstellende Keizerin Theodora van Byzantium door de Franse schilder Benjamin Constant (1845-1902) geschilderd is of niet. Hij schrijft in december 1938 aan directeur Schneider van wat tegenwoordig het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) is: “Onder de schilderijen van mijn vader J.S.F. v. Hoogstraten bevond zich een copie naar Benj. Constant van de beeltenis van Keizerin Theodora (517-565) zittend op een witmarmeren troon, haar kleurig kleed versierd met smaragden, een strakke blik. Ik meen mij zeer vaag ’t verhaal te herinneren dat mijn Vader op zijn 2e huwelijksreis het origineel ergens in een museum had gezien (Wenen?) en er een copie van heeft laten maken omdat ’t hem aantrok. Het hangt nu bij mijn zuster, Kon. Mariastr. 5, den Haag. Zoudt U mij soms ook kunnen zeggen waar het origineel zich bevindt?”
Directeur Schneider schrijft terug dat hij het schilderij is gaan zien, maar bij gebrek aan een monografie over Constant niet kan zeggen waar het origineel zich bevindt. Beide brieven worden door het RKD bewaard. De genoemde zuster, Louise van Hoogstraten (1891-1985), heeft het schilderij lang bewaard totdat zij kleiner ging wonen en het begin jaren zeventig schonk aan haar nicht Erna van Hoogstraten. Erna is op haart beurt in juni 2006 kleiner gaan wonen en liet het doek (132 x 75 cm) toen veilen. Het bracht 1150 euro op. Linksonder op het schilderij stond “naar Benj. Constant”.
Tot zover is er niets aan de hand, totdat enkele maanden later het schilderij op een
andere veiling werd aangeboden als een echte Benjamin Constant. Het woordje “naar” was niet meer aanwezig op het doek en in de catalogus werd het werk aangeprezen als een gesigneerd werk van Constant. De richtprijs was 20.000 tot 30.000 euro, ongetwijfeld conform wat er in de internationale kunstmarkt voor een werk van Constant betaald wordt. (Zie de foto.)
De veilinghouder werd er in de week voorafgaande aan de veiling op gewezen dat het schilderij volgens familieoverlevering een kopie was. Toen was de brief uit 1938 nog niet bekend. Eerst werd nog volgehouden dat het wel degelijk een echte Constant betrof. De kwaliteit van de schilder is hoog en degene die het werk had ingebracht had verklaard dat het woordje “naar” er bij het schoonmaken van het doek was weggehaald. Dat zou er op wijzen dat dat cruciale woordje later was aangebracht en op de vernis. De verklaring hiervoor moest gezocht worden in de gewoonte om tijdens de Tweede Wereldoorlog op schilderijen van joodse schilders signaturen te verdoezelen om eventuele inbeslagname door de Duitsers te voorkomen. Vervolgens zou vergeten zijn dat woordje weer te verwijderen.
Maar de daarna boven water gekomen brief uit 1938 bevestigt de familieoverlevering en laat zien dat er al vóór de oorlog sprake is van een kopie. Er moet dus een andere verklaring zijn voor het verdwijnen van het woordje “naar” . In de tussentijd heeft de veilinghouder het doek uit de veiling gehaald, ongetwijfeld vanwege alle gerezen twijfel, want ook andere nader gevonden gegevens lieten zien dat het werk geen origineel kan zijn, maar een kopie. Zo is er sprake van dat het origineel zich in 1928 in Engeland bevond. Het origineel moet veel groter zijn (226 x 124 cm) geweest dan het op de veiling aangeboden werk. Vergelijking met oude foto’s van het origineel bracht nog enkele markante detail-verschillen aan het licht. Zo hangt de driehoekige rechter oorbel van Theodora op het origineel achter de parelketting, maar op het te veilen stuk juist vóór de parelketting.
Daarmee rijst de vraag of degene die het schilderij in de veiling bracht te goeder trouw of te kwader trouw heeft gehandeld. In het eerste geval is het denkbaar dat Jan Samuel François van Hoogstraten (1859-1936) een getrouwe kopie bestelde, maar bij aflevering zag dat ook de signatuur gekopieerd was. Hij kan dan iemand de opdracht hebben gegeven het woordje “naar” er – in de stijl van de signatuur – vóór te plaatsen (op de vernis), omdat hij niet de indruk wilde wekken de bezitter van een echte Constant te zijn. Bij het schoonmaken in de zomer van 2006 verdween dat woordje.
De tweede mogelijkheid is dat de inbrenger te kwader trouw heeft gehandeld en het woordje “naar” met opzet heeft overgeschilderd (of dat heeft laten doen door degene die het schilderij schoonmaakte en restaureerde). Voor een “echte” Constant kun je veel meer vragen en je weet maar nooit of een argeloze bieder daar intrapt, en de pakkans is minimaal.
Hiervoor bestaat een heel duidelijke aanwijzing. Juist op de plek waar het woordje “naar” heeft gestaan, links van de signatuur, is een andere kleur verf aangebracht (zie de foto). Technisch onderzoek zal eenvoudig kunnen uitwijzen of het woordje “naar” werkelijk overgeschilderd is. Want in dat geval is het nog aanwezig onder de verf. De vorige eigenaresse, Erna van Hoogstraten, merkte op dat die plek met afwijkende verf nieuw voor haar was en dat de verf er bovendien heel slordig opgebracht was. Op de lijst is zelfs een beetje van de gebruikte verf terecht gekomen.
De kans bestaat dat het schilderij opnieuw wordt aangeboden op een andere veiling, en mogelijk weer als een “echte” Constant. Laat het ons dan even weten (en koop het ondertussen niet).