Brief van Jan van Hoogstraten (1662-1736) ontdekt

In de pas gepubliceerde bundel “De andere achttiende eeuw” staan twee bijdragen over de querulant en hekeldichter Jan van Hoogstraten (1662-1736).

Karel Bostoen bespreekt een door hem ontdekte brief uit januari 1707 van Jan van Hoogstraten. Uit de brief wordt afgeleid dat Van Hoogstraten de auteur is van de driedelige “Schimp- en hekeldigten”, en dat het tweede en derde deel werden uitgegeven door Pieter van der Veer aan wie de brief gericht is. De brief, in bezit van de UB Leiden, was altijd verkeerd gecatalogiseerd als geschreven door een zekere “B Hoogstraten”. Afgezien van een ongedateerde brief in het familiearchief Van Hoogstraten (stuk 98) zijn geen andere brieven van Jan bekend.

De tweede bijdrage is van de hand van Elly Groenenboom-Draai over de wijze waarop Jan van Hoogstraten de predikant Salomon van Til op de korrel neemt in het gedicht ‘Coccejaanse Venus’, dat al in het eerste deel van de “Schimp- en hekeldigten” (uit 1698) terug te vinden is. Dat gedicht is niet alleen een persoonlijke aanval van Van Hoogstraten op Van Til, maar ook een satire op de haarkloverijen van de gereformeerde kerk tussen de zogeheten voetianen en coccejanen. Van Hoogstraten profileert zich als een vrije denker én vrij onaangenaam persoon die zich niets door de kerk of wie dan ook liet gezeggen.

Wie kaatst moet de bal verwachten. Van Hoogstraten werd zelf natuurlijk ook weer aangevallen, onder anderen door Jacob Campo Weyerman die, zoals Groenenboom-Draai schrijft, hem typeert als een mismaakt, aftands en minderwaardig schepsel, wiens aangeboren scheelheid zijn hersenen dusdanig had aangetast dat Van Hoogstraten alles “scheef, scheel en monstreus” was gaan zien.

“De andere achttiende eeuw”, red. C. van Heertum e.a., Nijmegen (Van Tilt) 2006. Bestellen via: http://www.vantilt.nl/nieuws/00111/  Kosten: 22,50 euro.