Nieuwe feiten over Joanna Koertens geknipte portret van David van Hoogstraten

Van de dichter en taalkundige David van Hoogstraten zijn vrij veel portretten gemaakt. Soms is het bestaan van die portretten alleen uit oude vermeldingen af te leiden. Een van die niet meer bekende portretten was heel uitzonderlijk, omdat het niet gaat om een geschilderd of getekend portret, maar om een dat met de schaar geknipt werd. David blijkt een bijzondere relatie gehad te hebben met de maakster van dat portret, de in die tijd vermaarde Amsterdamse knipkunstenares Joanna Koerten. Zij gebruikte in 1706 een portretgravure als voorbeeld en stelde het knipwerkje vervolgens tentoon in haar huismuseumpje aan de Nieuwendijk, dat door vele beroemdheden uit binnen- en buitenland bezocht werd. Op dat geknipte portret werden een Latijns gedicht gemaakt dat zij óók knipte, als onderschrift. Vertalingen daarvan werden bewaard in het in die dagen beroemde ‘stamboek’ van Koerten.

Een tot nu toe onbekende brief van Van Hoogstraten aan een van zijn dichtersvrienden laat zien hoe hij de roem van Koerten én van zichzelf bevorderde door dat Latijnse gedichtje te laten vertalen. Meer hierover is te lezen in het door Michiel Roscam Abbing geschreven artikel ‘Joanna Koerten (1650-1715) en David van Hoogstraten (1658-1724). Een bijzondere relatie tussen twee bekende Amsterdammers’, dat verscheen in het tijdschrift Amstelodamum nummer 94-2 (2007), blz. 14-29. Daarin worden ook, voor het eerst, twee bladen uit het stamboek gepubliceerd waarop dat gedicht, en een vertaling ervan, prachtig blijken te zijn gekalligrafeerd.

Blad uit het stamboek van Koerten waar het portret van David van Hoogstraten bezongen wordt. Kalligrafie door J. van Gadelle van het door Johannes Vollenhoven vertaalde gedicht, 23 x 31,5 cm. 1712, particuliere collectie.
Illustratie uit het genoemde artikel.