Een zwart schaap in de familie?
Leven en werk van François van Hoogstraten (1685-1721)
Leven
Over François (ook genoemd: Franciscus of Frans) is weinig bekend. Hij werd te Dordrecht geboren op 23 oktober 1685 [Familiearchief, deel 1, stuk 155, waar 18 werd veranderd in 23].
Op 25 juli 1716 vanuit Batavia schrijft een broer van François, Mattheus, aan hun vader David te Amsterdam [Familiearchief, deel 1, stuk 86]: “Zuster [=Maria] schrijft mij dat mijn broeder Frans zonder jemand eenigsints te kennen, in Den Haag getrouwt is ’t geen mij doet schijnen, als of ik hem in ’t kort als soldaat hier verwagten moet. Ik kan wel denken wat dat voor een huwelijk is, en meen het anders te klaren, als ik het eens doe”. In de ondertrouwregisters van Den Haag komt dit huwelijk voor. Op 25 november 1715 staat genoteerd: “Franciscus van Hooghstraten j.m. van Amsterdam, en Anna Borremans, j.d. van Brussel, beide wonende alhier”. Wellicht zijn beiden daarna naar Londen verhuist, en daar ook getrouwd. Het Biographisch Woordenboek Van der Aa meldt namelijk dat hij “huwde te Londen met Maria Borremans van Rotterdam, die hem vier kinderen schonk. Hij overleed in 1721”. En het door Fransois van Hoogstraten in 1756 opgestelde en hierboven al aangehaalde geslachtsregister van de familie meldt “overleden te Londen, in Engeland, den …. 1721”. Dit overzicht meldt verder het bestaan van twee kinderen David “geboren den … overleden ongetrouwd in Indiën” en “Maria anno … getroud met Herman Truper, hebben 2 kinderen David en Maria”. Het huwelijk met Truper vinden we terug in de trouwregisters van Amsterdam [15 oktober 1745 met Herman Trüper, van Bremen].
In het familiearchief wordt ook een brief van Mattheus van 20 maart 1717 bewaard, waarin hij zich rechtstreeks tot François richt [Familiearchief, deel 1, stuk 87]: “Raarder donderde vent als gij zijt heb ik nooijt gezien, ik ben nu zes jaren uijt holland geweest, en de duijvel haale je zoo ik ooijt een letter van u gezien heb, niettegenstaande ik geen gelegenheijd verzuijm: en dat nog fraaijer is, men gaat maar zoo heen en weer trouwen, zonder mij iets te communiceren: hoe duijvel kan ik nu weten wie mijn zuster is. Zeg, ik zou je wel een zoetigheijd voor je wijf zenden, maar bij ’t verliezen van mijn schip, ben ik bij mijn ziel zoo kaal geworden, dat is qualijk tot de keel nat te maken iets overschiet, wel min om eens van grond te gaan. Nu dat raakt de zeren zaken niet, verbetert uwe misslagen, en schrijf maar zeg ik, al was ’t op graauw papier, dat kan mij niet schelen, als ik maar weet waar gij zijt, wie je vrouw is, hoe vele kinderen gij hebt, hoe veel al getrouwt &c, &c, &c.
Nu alle gekken op een stokje. Schuijlt ’er nog een broederlijke affectie, zoo sult gij met schrijven verpligten, en veel plaijzier doen. Waar mede na ik dat uw ’t zaligste is toegewenscht te hebben, afbreken, en blijve, waarde broeder, Uw. Genegen Broeder M. Van Hoogstraten.
In ’t Schip ’t Casteel Batavia, liggende ter rheede Baravia, deezen 20. maart 1717.”
Uit het testament van David van H., 21 februari 1720 (Amsterdam, notaris Isaak Angelkot) wordt meer duidelijk over zijn oudste zoon François. Vader David is althans in hem zwaar teleurgesteld: “En op nieuws disponeerende, soo verklaart de Hr. testateur zijn oudste soon Franciscus van Hoogstraeten ende bij zijn vooroverlijden zijne wettige descendenten, alleenlijk tot zijn medeerfgenaem te noemen ende te stellen in de naakte ende bloote legitime portie hem na scherphyt van regte in de nalatenschap van den testateur toekomende ende verders nog anders niet, ter oorsaake aan d’eene sijde van de swaere ende excessive kosten door hen Hr. testateur aan gemelde sijne soon soo binnen als buijten desse stad besteet ende aan d’andere zijde, omdat gemelde zijne soon Franciscus, naderhand tot zijne jaeren gekomen zijnde sig niet heeft ontsien vanden Hr. testateur sonder woort of weerwoort te verlachen in plaatse van door naarstighyt ende vigilantie des testateurs vervallen huysouden te helpen onderschragen [Davids echtgenote Maria van Nispen was in 1708 overleden] ende vervolgens sig buyten eenige kennisse veel min toestemming van den testateur met een ligt vrouwmensch in het huwelijk heeft begeven”.
Werk
1. In de uitgave van de Gedichten van Joan Haes (1685-1723), Rotterdam 1720, staat op blz. 225 het gedicht “Op d’afbeelding van den heere Joan van Broekhuizen geschildert door François van Hoogstraten”. Joan van Broekhuizen (Janus Broukhusius) (1649-1707) was bevriend met David van Hoogstraten. Het 1709 gedateerde gedicht gaat als volgt:
“De letterhelt, wiens geest geen’ ouden dichten week, / Den Roomschen lauwer voor alle andren naer zich streek, / De krijgshelt, die zijn groet en bloet een’ reex van jaren / ’t vaderlant besteedde in ’t velt en op de baren, / Broeckhuizen blikt hier na zijn doot op dit paneel / In ’t harnas afgemaelt door ’t kunstige penseel. / Propertius schijnt in dit aenschijn te herleven / Maer, om Hoogstratens kunst haer’ vollen glans te geven, / Ontbreekt alleen om ’t hooft de Roomsche lauwerkroon. / Dat hem het voorbeelt van Sandrart hier in verschoon’. / Dees had eertijts om ’t Hooft der Hollantsche poëten / De Duitsche lauwerkroon in ’t schilderen vergeten”.
2. Er is een gedichtje van van François’ oom Jan (1662-1736), in het derde deel van
zijn Mengelpoezy (1716), blz. 225: “Opde schildery Van den Fenixdigter J: v. VONDEL. Door F.v.H. 1705”. David van Hoogstraten was een groot bewonderaar van Vondel (en bezat handschriften van hem). Het portret moet naar een van de afbeeldingen van Vondel gemaakt zijn.
3. Portret van zijn zuster Maria (1697-1722).
Dit niet meer aanwijsbare portret wordt genoemd in het testament van hun grootvader Mattheus van Nispen, “lantmeter vande graaffelijkheijdt in Zuijt Hollant” (gemeentearchief Dordrecht, ONA 537, d.d. 8 mei 1716). Mattheus was 6 januari 1629 te Dordrecht geboren en aldaar 18 september 1717 overleden.
”Nog maeckt en pralagateert [sic?] den testateur aan sijne eenige dogters dogter Marija van Hoogstraten nagelate dogter van sijn testateurs dogter Marija van Nispen aan haar verwekt bij Doctor David van Hoogstraten een somme van agt hondert car. guld.
Nog een effigie van hem testateur nevens de effigie van sijne voorn. dogters dogter Marija van Hoogstraten, door sijn neeff François van Hoogstraten geschildert, als mede de effigie van mevrouw Belaarts, in haar jonkheydt geschildert.”
Dat met neef François van Hoogstraten de broer van Marija bedoeld werd, blijkt uit de volgende passage: “… sijn testateurs neeff François van Hoogstraten, nagelaten soon van zijn testateurs dogter Marija van Nispen aan haar verwekt by David van Hoogstraten”.
Na Mattheus van Nispens overlijden werd een inventaris van zijn bezit gemaakt (gemeentearchief Dordrecht, ONA 538, d.d. 25 september 1717). De aan Maria van Hoogstraten vermaakte familieportretten worden ook daarin genoemd (vriendelijke mededeling John Loughman aan M. Roscam Abbing, 11 maart 1993).
Van de kinderen van David van Hoogstraten en Maria van Nispen, overleed François in 1721, Maria in 1722 en Mattheus in 1723. David zelf overleed in 1724. Davids jongste zoon Jacobus was de enige die zijn vader overleefde. Hij erfde alle familieportretten. Dat blijkt uit het testament van Jacobus uit 1756. Mattheus van Nispens portret wordt ook in dit testament genoemd (gemeentearchief Amsterdam ONA, inv.nr. 9552, acte 71, dd 6 juli 1756). Dat portret vermaakt Jacobus aan zijn nicht Petronella de Vries, weduwe van de heer Eijsum(?). “Alle de verdere pourtraicten van zijn Heer Testateurs familie” werden vermaakt aan zijn te Oudewater wonende neef Fransois van Hoogstraten (1689-1760), zoon van Davids broer Jan (1662-1736). Daartoe behoorden in elk geval twee pendantportretten geschilderd door Arnold Boonen van David en zijn vrouw Maria van Nispen. Het is aannemelijk dat het portret van Maria, geschilderd door haar broer François, daar eveneens toe behoorde, omdat later in het bezit van Fransois’ kleinzoon Samuel van Hoogstraten een portret is dat omschreven wordt als “No 26 lijst S.v.H. Cabinetje aan de Noord Oost Zijde: / Maria van Hoogstraten. / gebooren 27 January 1697 / gestorven 17 October 1722.”
[Michiel Roscam Abbing, juli 2004]