Wie was de “J. van Hoogstraten” die in 1760 het boek Ameliestein, in III boeken, schreef?
Deze vraag deed zich voor toen dit boekwerkje in het voorjaar van 2003 door een familielid geschonken werd aan de bibliotheek van de familiestichting. Het boekje behoeft restauratie; de kartonnen voor- en achterplat liggen beide los. Van hetzelfde boek bezit de universiteitsbibliotheek van Amsterdam een exemplaar. In de catalogus wordt dit toegeschreven aan de in 1662 te Dordrecht geboren schrijver en dichter Jan van Hoogstraten, maar dit is zeker onjuist, omdat deze Jan al in 1736 overleed. Het boek werd volgens het titelblad uitgegeven “Te Amsterdam, By Jakobus van Hoogstraten, Boekverkoper. MDCCLX.” Voorin het boek zijn enkele lofdichten op de auteur. Bij een van die lofdichten luidt de aanhef: “Op Amelistein, hofdicht, door myn kunstgenoot Jakobus van Hoogstraten”. De schrijver was dus dezelfde als de boekverkoper en heette Jakobus van Hoogstraten. Maar wie was hij? De zoon van de Amsterdamse filoloog David van Hoogstraten kan het niet zijn. Deze Jakobus woonde weliswaar in Amsterdam, maar overleed in 1756.
Van Jakobus of Jacobus zijn meer werken verschenen, als schrijver of dichter, maar ook als uitgever. Zou wordt in de stedelijke bibliotheek van Haarlem het boek Het juichend Amsterdam. Op het eerste Eeuwgetijde van het Diaconie Weeshuis, gevierd 15 dec. 1757 bewaard. Dit werd in Amsterdam “bij den dichter 1757” uitgebracht. De Koninklijke Bibliotheek heeft gedichten van hem geregistreerd en ook komt hij voor als ondertekenaar van politiek getinte pamfletten of gedrukte brieven.
Bij de overdracht van archiefstukken door Jan van Hoogstraten aan de familiestichting ten behoeve van een bruikleenoverdracht aan het Nationaal Archief te Den Haag, bevindt zich ook een afschrift van een geslachtsboekje dat in 1939 in bezit was van Dr. Cornelis Willem van Hoogstraten te Beverwijk. J.W.P. van Hoogstraten (1860-1941) had het manuscript te leen en maakte toen dat afschrift. Dit afschrift biedt de oplossing, want er staan nadere gegevens over Jacobus in:
[blz: 31:] “Anno 1725 den 3 Maart op Zaturdag voormiddag tusschen 9 en 10 uren heeft mijne Huijsvrouw ten derde Maale Gebaart, eenen zoon, is genoemt Jacobus, na mijne vrouwe vader Jacobus Hoevenaar”; [blz: 33:] “Anno 1750 den 19 April is mijnen zoon Jacobus van Hoogstraten, getrouwt (J:M:) met Josina Faasen J: D: des avonds in de Groote Kerk, door Do Adriaan Verster.”; [blz. 36:] “Anno 1761 den 15 desemb. is mijn broeder Jacobus van Hoogstraten in den ouderdom van 36 jaren 9 maande te Amsterdam overlede.”
Jacobus blijkt volgens dit manuscript een zoon te zijn van Thomas van Hoogstraten (1686-1751) die in 1718 huwde met Metje Hoevenaar (1689-1726). Uit gegevens uit het archief van Dordrecht blijkt dat Jacobus aldaar op 4 maart 1725 gedoopt werd en er op 19 april huwde. Hij moet dan ook wel identiek zijn met de in Dordrecht in 1749 en 1750 als boekdrukker en/of uitgever werkzame Jakobus van Hoogstraten, die in het overzichtswerk van Ledeboer uit 1872 genoemd wordt. In het gemeente-archief van Amsterdam is nog te vinden dat Jacobus werd begraven op 20 december 1761 vanuit een huis “an de nieuwe loijers straat bij de pisbrug” op het Heiligeweg en Leidsche kerkhof.
Michiel Roscam Abbing, Amsterdam, mei 2003