Samuel van Hoogstraten als koetsier

Samuel van Hoogstraten was in 1918 22 jaar en studeerde theologie in Utrecht, maar was ook reserve-luitenant. Kort na de Eerste Wereldoorlog werd op 18 november 1918 op het Malieveld in Den Haag een aanhankelijkheidsbetuiging gehouden voor Koningin Wilhelmina. Samuel werd ter plaatse gesommeerd om de plaats van de koetsier in te nemen van de koets waarin Koningin Wilhelmina en Princes Juliana (9 jaar) gezeten waren. De koets werd voortgetrokken door militairen onder gejuich en met muziek, begeleid door veel militairen en ander volk, dit alles ter eer van Hare Majesteit, die zeer geroerd was. De stoet vervolgde zijn weg naar het paleis aan de Korte Voorhout, waar Koningin-Moeder Emma in angst en beven het gejoel en lawaai hoorde aankomen. Maar toen zij haar dochter en kleindochter zo blij en ongeschonden uit de koets zag komen, gaf zij een bewogen dankwoord aan de menigte.

De Nederlandse Omroep Stichting heeft een serie van 3 documentaires gemaakt over 200 jaar Koninkrijk en de destijds wankele troon van de Oranje’s. Renée van Holthe als enige overgebleven dochter van Samuel, is uitgenodigd voor de uitzending door de NOS op 25 april (vrijdag) 2014 op Ned. 2 om 21:05 uur, om de oude filmbeelden van deze koets met Samuel op de bok, toe te lichten. De eerste aflevering van de serie wordt door de NOS op vrijdag 28 maart uitgezonden op Ned. 2 om 21:05 uur.

Uitnodiging boekpresentatie Oog om oog

Had de Dordtse coccejaanse predikant-theoloog Salomon van Til de dichter Jan van Hoogstraten niet om zijn dubieuze levensstijl gekapitteld? Maar was de gerespecteerde dominee zelf niet erg snel na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwd? En had haar opvolgster, de veel jongere Agatha van Molenschot, niet een bedenkelijke reputatie? Erger: lonkte de eerwaar-de Van Til niet naar het cartesianisme en was hij dus wel zuiver in de leer?

Die laatste was een belangrijke vraag in de felle zeventiende- en ook nog achttiende-eeuwse strijd die woedde binnen de orthodoxie: die tussen coccejanen en voetianen. In twee satiren, de Coccejaanse Venus en Bruiloft in Salomons Tempel, speelt Van Hoogstraten deze partijen vilein tegen elkaar uit. Maar rancuneus als hij is, zet hij hun tegenstellingen in om Van Til een kopje kleiner te maken.

Zo zien we in Van Hoogstratens gedichten niet alleen wat zich in de opmars naar de verlichting op theologisch gebied afspeelde en welke rol Van Til daarin vervulde, maar tonen ze tevens diens achilleshiel als privé-persoon.

Elsina Groenenboom-Draai schreef over deze kwestie het boek Oog om Oog, waarin ze niet alleen beide satires integraal opnam, maar ook de literaire, theologische en persoonlijke achtergronden uitvoerig toelicht.

De uitgave van het boek is mede mogelijk gemaakt door een bescheiden bijdrage van de Stichting Familie van Hoogstraten.

Op vrijdag 22 november 2013 wordt het eerste exemplaar overhandigd aan Alexander Pechtold, fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. Mede namens de auteur en de UB Leiden nodigt Uitgeverij Astraea u uit om bij deze feestelijke presentatie aanwezig te zijn in de Universiteitsbibliotheek Leiden.

Plaats
Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossius-zaal (entreehal, tweede verdieping – ook bereikbaar per lift)
Witte Singel 27, 2311 BG Leiden

Datum
vrijdag 22 november 2013

Aanvang
15.15 uur (de zaal is vanaf 15.00 uur geopend)

Programma

  • Rietje van Vliet: Welkom
  • Karel Bostoen: De weg was recht, de weg was krom. Over het voortraject van Elly’s uitgave
  • Elly Groenenboom-Draai: ‘Die zelf een balk droeg, zag den splinter in haar oog’
  • Willem Jan van Asselt: Een huishoudelijke twist in de gereformeerde kerk: voetianen en coccejanen in de zeventiende eeuw
  • Michiel Roscam Abbing: Oog in oog met schele Jan
  • Anton van der Lem: toelichting op de getoonde objecten uit de Bijzondere Collecties van de UB Leiden
  • Uitreiking eerste exemplaar aan Alexander Pechtold, partijleider en fractievoorzitter van D66

Na afloop is er een borrel en heeft u de gelegenheid het boek aan te schaffen voor € 22,- (winkelprijs € 24,50). In de zaal liggen ter inzage diverse eigentijdse boeken en andere objecten uit de rijke UB-collectie die te maken hebben met Jan van Hoogstraten, Salomon van Til en de strijd tussen coccejanen en voetianen.

Voor de presentatie kunt u zich aanmelden door VOOR 20 NOVEMBER een e-mail te sturen naar uitgeverijastraea@mac.com.

 

Elsina Groenenboom-Draai
Oog om oog. De karaktermoord van Jan van Hoogstraten op de Dordtse coccejaanse predikant-theoloog Salomon van Til. Met een iconografie van Jan van Hoogstraten in samenwerking met Michiel Roscam Abbing. Jan van Hoogstraten De Coccejaanse Venus en De Bruiloft in Salomons Tempel. Twee satires uit 1698.

Zoeterwoude, Uitgeverij Astraea
Verschijningsdatum 22 november 2013
ISBN 978-90-75179-32-3
Winkelprijs € 24,50 (494 pagina’s, paperback, met illustraties in kleur en cd-rom).

www.uitgeverijastraea.nl

Bijzondere bruikleen voor tentoonstelling Frans Hals

De Stichting Familie van Hoogstraten verleent medewerking aan de tentoonstelling “Hulde aan Hals. Hommage aan Haarlems beroemdste schilder, Frans Hals (ca. 1582-1666)” die van 9 september t/m 8 december 2013 in Teylers Museum in Haarlem te zien is. De stichting is in bezit van een aantal zogeheten Scriveriana, voorwerpen met betrekking tot de zeventiende-eeuwse geleerde Petrus Scriverius (1576-1660). Scriverius had zich – samen met zijn vrouw Anna van der Aar – in 1626 door Frans Hals laten portretteren. Hij gaf vervolgens aan de Haarlemse graveur Jan van de Velde de opdracht om een portretgravure te maken naar het schilderijtje. De koperen plaat die Van de Velde daarvoor gebruikte is via vererving in bezit van de familie Van Hoogstraten gekomen.  Niet eerder werd deze koperen plaat aan het publiek getoond. Het gaat om de enige eigentijdse koperen plaat naar werk van Hals die overgebleven is. Naast de koperen plaat is onder andere een reproductie van beide pendant-schilderijen uit 1626 te zien. Deze Hals-portretjes zijn eveneens lange tijd het bezit geweest van nazaten van Scriverius, maar werden in het midden van de negentiende eeuw voor 8000 gulden verkocht en zijn later door een verzamelaar geschonken aan het Metropolitan Museum of Art (New York).

Een ander bijzonder voorwerp op de tentoonstelling met betrekking tot Scriverius is de brief die hij in de zomer van 1618 ontving van zijn vriend Theodorus Schrevelius, de Haarlemse rector. Schrevelius was in 1617 geportretteerd door Hals en had Jacob Matham gevraagd om een portretgravure te maken naar dat schilderij. Hij vraagt Scriverius om een lofdicht op hem te schrijven voor de portretgravure. De Latijnse brief bevat de vroegst bekende lof op het werk van Hals.

Rembrandt heeft rond de driehonderd etsen gemaakt, waaronder enkele portretten. Van een aantal etsen is de koperen plaat bewaard gebleven, maar in slechts één geval, het portret van Jan Six, is de koperen plaat nog in het bezit in van de familie van de voorgestelde. Het toeval wil dat deze plaat (vanaf 28 september), óók in het Teylers Museum te zien zijn, als onderdeel van de tentoonstelling “De mooiste 100 Rembrandts (vanaf 28 september) uit eigen collectie”.

Nieuw boek over Samuel van Hoogstraten

Presentatie boek over Samuel van Hoogstraten in Rembrandthuis 

Op 23 juli 2013 wordt een belangrijk nieuw boek over de zeventiende-eeuwse schilder en schrijver Samuel van Hoogstraten gepresenteerd in Museum het Rembrandthuis.

In het boek “The Universal Art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678), Painter, Writer, and Courtier” (ed. Thijs Weststeijn en uitgegeven door de Amsterdam University Press), is een aantal bijdragen van kunsthistorici met de nieuwste inzichten over leven en werk van Samuel van Hoogstraten gebundeld.

Michael Zell, kunsthistoricus aan de Boston University, houdt een inleiding over de mogelijkheid dat schilders als Rembrandt en Van Hoogstraten eigen kunstwerken schonken met het doel relaties met potentiële opdrachtgevers te onderhouden en langs deze weg nieuwe opdrachten te verwerven.

Het programma duurt van 15.00 tot 17.00 en het rijk geïllustreerde boek zal alleen bij deze gelegenheid met korting te koop zijn (winkelprijs 99 euro). Belangstellenden voor de presentatie kunnen zich melden bij Thijs Weststeijn (thijs.weststeijn@uva.nl).

De Stichting Familie van Hoogstraten heeft bijgedragen aan de realisering van het boek.

Jaarboek Die Haghe

De bibliotheek van de familiestichting is verrijkt met de schenking van het Jaarboek Die Haghe van 2012. Hierin staat het artikel ‘Een Dordtse doffer door een Haagse joffer geringd. Jan van Hoogstratens afrekening met professor Salomon van Til en zijn tweede echtgenote, Agatha Catharina van Molenschot’.
Elly Groenenboom-Draai schenkster en auteur van het artikel laat zien dat twee anonieme gedichten die in 1698 verschenen in een uitgave Schimp- en hekeldichten geschreven zijn door Jan van Hoogstraten (1662-1736).
Jan hekelt daarin de Dordtse ‘swartrok’ (dominee) Salomon van Til die in 1697 vlak na het overlijden van zijn echtgenote Agatha van Molenschot huwde, een Haagse oude vrijster met bedenkelijke reputatie. Het zijn twee buitengewoon venijnige satires die nog lang herdrukken zouden beleven. Dankzij knap speurwerk wordt veel van de context duidelijk, alleen helaas niet wat de directe aanleiding was voor het maken van beide hekeldichten. Groenenboom-Draai veronderstelt dat het gaat om wraak en dat het haast niet anders kan dan dat dominee Van Til zich publiekelijk kritisch over Jan had uitgesproken, mogelijk in verband met diens evenmin onberispelijke levenswijze.
Veel valt te reconstrueren, maar natuurlijk lang niet alles van wat voor de eigentijdse lezers wel gesneden koek was.

Een Geyt bedrogen

Dirk van Hoogstraten (V) was behalve zilver en goudsmid ook schilder. Zijn zoon Samuel (V-a) vertelt het volgende verhaal:

Het gebeurde dan, dat mijn vader vader Theodoor in een Bacchanalia een geit naar het leven schilderde, die ik, nog zeer jong zijnde, voor hem vast hield, met behulp van touwen en koorden, om haar in bekwamen stand te houden, ‘t welk ik met grooten arbeid ten einde toe uithield.

Maar de geit bijna geschilderd zijnde en mijn vader het stuk, dat al redelijk groot was, uit de hand zettende, om hetzelve eens van verre te zien, zoo geviel het, dat de geit bij geval de geschilderde ook gewaar werd, waarover zij, als in gramschap uitbarstende, uitspatte. Breekende de touwen, en mij ter aarde werpende, vloog ze met zulk een geweld tegen de hoornen van haar geschilderde zuster aan, dat zij het doek doorscheurde en de schilderij bedierf, tot verdriet van hem, die zijn vlijt daaraan zoo loffelijk had betoond.
(Inleiding to de schilderkunst blz. 170)